Insights

Wetsvoorstel over beperken compensatieregeling naar de Raad van State

Op vrijdag 6 juni 2025 is het wetsvoorstel ‘Beperken van de compensatieregeling transitievergoeding bij ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid tot kleine werkgevers’ naar de Raad van State gestuurd.

Inhoud wetsvoorstel
Bij ontslag wegens langdurige ziekte is de werkgever aan werknemer een transitievergoeding verschuldigd. De werkgever kan in dat geval de transitievergoeding gecompenseerd krijgen via UWV.

Het wetsvoorstel moet ertoe leiden dat enkel kleine werkgevers nog aanspraak kunnen maken op deze compensatie. Voor grote(re) werkgevers zal de compensatieregeling worden afgeschaft. De Belastingdienst kwalificeert werkgevers met een loonsom van tot en met 25 keer het gemiddelde premieplichtige loon per werknemer per kalenderjaar als “klein”. Bij de kwalificatie wordt gekeken naar het totale premieplichtige loon van de werkgever in de afgelopen twee jaar.

Het kabinet is van mening dat de betaling van de transitievergoeding voor grote werkgevers geen grote uitgave is, terwijl  kleine werkgevers zonder steun mogelijk niet financieel in staat zijn om de transitievergoeding volledig te betalen. Om deze reden zal de compensatieregeling voor kleine werkgevers nog wel blijven gelden.

Consequentie voor de praktijk
Door het afschaffen van de compensatieregeling voor grote werkgevers, zullen hoogstwaarschijnlijk veel van deze werkgevers na twee jaar ziekte niet over gaan tot beëindiging van het dienstverband van de langdurig zieke werknemer. Dit kan leiden tot een situatie waarin de werknemer na twee jaar ziekte niet wordt ontslagen en dus geen transitievergoeding ontvangt, maar ook geen werk verricht en geen salaris ontvangt. Dit wordt ook wel een “slapend dienstverband” genoemd. In de praktijk kan de beperking van de compensatieregeling tot kleine werkgevers dus zorgen voor een toename van deze slapende dienstverbanden.

Voortgang van het wetsvoorstel
Op dit moment ligt het wetsvoorstel ter beoordeling bij de Raad van State, waar het wordt getoetst op juridische, beleidsmatige en wetstechnische aspecten. Op basis van deze beoordeling zal de Raad van State een advies uitbrengen, waarna het wetsvoorstel bij de Tweede Kamer kan worden ingediend.

De verwachting was dat het wetsvoorstel in het vierde kwartaal van 2025 bij de Tweede Kamer zou worden ingediend. Na behandeling door de Tweede Kamer wordt het wetsvoorstel ter goedkeuring naar de Eerste Kamer gestuurd, waarna deze in werking zal treden. Het is echter nog maar de vraag of dit, gezien de huidige stand van zaken in de politiek, zal gaan lukken.

 

Puck Mars

Published On: 12 juni 2025

Deel dit bericht

Stel direct een vraag