Insights

Prinsjesdag 2026: wat voor veranderingen op het gebied van arbeidsrecht kunt u verwachten?

Prinsjesdag 2026: wat voor veranderingen op het gebied van arbeidsrecht kunt u verwachten?

Op Prinsjesdag (15 september 2026) is het akkoord over de rijksbegroting van de coalitiepartijen officieel bekendgemaakt. Deze plannen kunnen mogelijk invloed hebben op werkgevers. De begroting is nog afhankelijk van de steun door oppositiepartijen, omdat Nederland een minderheidskabinet heeft. De plannen die relevant zijn voor u als werkgever worden in dit artikel kort toegelicht. Het uitstel van de afschaffing van de compensatieregeling hebben wij in een apart artikel toegelicht (zie compensatieregeling).

Afschaffing belastingvrije personeelskorting

Vanaf 2027 wil het kabinet de belastingvrije korting op eigen producten afschaffen. Dit is de korting die werkgevers belastingvrij aan hun personeel mogen geven. Momenteel mogen werkgevers jaarlijks maximaal €500,- personeelskorting geven op eigen producten. Hiervoor geldt dat per keer maximaal 20% korting gegeven mag worden.

Werkgevers kunnen hun personeel nog wel korting geven door middel van de Werkkostenregeling (WKR). Met de WKR kan de werkgever zelf bepalen wat onbelast aan de werknemer beschikbaar wordt gesteld. Het bedrag dat onbelast besteed mag worden, heet de vrije ruimte. Deze ruimte wordt elk jaar opnieuw vastgesteld en geldt voor dat jaar. Voor 2026 geldt 2,00% aan vrije ruimte over fiscale lonen tot en met €400.000. De vrije ruimte boven dit bedrag is bepaald op 1,18%. Per 1 januari 2027 zal het percentage tot en met €400.000 stijgen naar 2,16%.

Door deze wijziging is het mogelijk dat werkgevers de vrije ruimte opnieuw moeten verdelen. Het blijft mogelijk voor werkgevers om meer dan de vrije ruimte uit te geven, hier moeten zij dan belasting over te betalen. De administratieve lasten worden door de wijziging lichter, nu werkgevers geen aparte maximumbedragen meer bij hoeven te houden met betrekking tot de belastingvrije personeelskorting.

Nulurencontracten niet meer toegestaan

Per 1 januari 2028 treedt de wet meer zekerheid flexwerkers in werking. Dit brengt met zich mee dat werknemers met een nulurencontract in de toekomst een vast contract aangeboden moeten krijgen. Oproepcontracten worden vervangen door contracten die een minimum aantal uren garanderen waarvoor de werknemer wordt betaald en ingepland. In deze contracten worden een minimum en maximum aantal uren vastgelegd, waarbij het verschil tussen beide maximaal 30% mag bedragen. Werknemers mogen een verzoek van de werkgever om meer uren te werken dan het maximum, weigeren. Als een werknemer structureel meer uren werkt, moet hem een ​​contract met een hoger aantal uren worden aangeboden.

De wet voorziet overigens in een uitzondering voor bijbanen van personen met een andere hoofdactiviteit, zoals studenten en werknemers die de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt.

Reiskostenvergoeding

De onbelaste reiskostenvergoeding is verhoogd van €0,23 naar €0,25 per kilometer. Deze wijziging werkt met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026. Dit bedrag mag worden gebruikt door werkgevers voor de onbelaste vergoeding van zakelijke kilometers en woon- werkverkeer. Tijdens Prinsjesdag is deze regeling wettelijk vastgelegd, zodat werkgevers meer duidelijkheid hebben op dit gebied.

Expatregeling daalt naar 27%

De expatregeling houdt in dat werkgevers aan bepaalde werknemers zonder nader bewijs maximaal 30% van het loon inclusief de vergoeding belastingvrij kunt verstrekken voor de extraterritoriale kosten. Dit gaat dan bijvoorbeeld om verhuiskosten of hogere levenskosten. Per 1 januari 2027 zal deze vergoeding dalen naar 27%. Daarnaast wordt ook de inkomensnorm hoger: €50.436,- in plaats van €46.107,-.

Belasting op aandelenopties start-ups en scale-ups daalt

Naar verwachting treedt per 1 januari 2027 de wet fiscale stimulering start-ups en scale-ups in werking. Hiermee wordt het makkelijker om werknemers te belonen met aandelenopties. Dit stimuleert dat werknemers financieel meegroeien met het bedrijf. Werknemers zullen minder belasting betalen over aandelenopties. Daarnaast wordt de belasting op z’n laatst pas betaald wanneer werknemers de aandelen uit de aandelenoptierechten verkopen.

Om gebruik te maken van deze regeling dient uw bedrijf erkend te zijn als start- of scale-up. Vanuit de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) gelden hiervoor specifieke voorwaarden.

Arbeidskorting

Vanaf 1 januari 2027 telt de uitkering niet meer mee voor de arbeidskorting in het geval dat de werkgever deze samenvoegt met het loon. Dit heeft tot gevolg dat de werknemer netto minder salaris zal ontvangen. In het geval de werknemer recht heeft op inkomensafhankelijke combinatiekorting, kan deze regeling ook invloed hebben daarop. De uitkering telt namelijk niet meer mee als inkomen uit werk. Voor de werkgever betekent dit dat de salarisadministratie aangepast dient te worden. Daarnaast dienen de werknemers geïnformeerd te worden. In de praktijk zal dit niet tot hogere lasten of premies leiden voor de werkgever.

Aftoppingsgrens pensioen bevriest

De aftoppingsgrens geldt sinds 2015 en is het maximuminkomen waarover fiscaal aantrekkelijk pensioen kan worden opgebouwd. Jaarlijks wordt deze grens geïndexeerd, zodat deze gelijk blijft met de loonontwikkelingen. In 2026 ligt de aftoppingsgrens op een jaarinkomen van €137.800,-. Tijdens Prinsjesdag heeft het kabinet voorgesteld om deze grens tot en met 2032 te bevriezen. Door deze regeling kunnen bij salarisstijgingen meer werknemers boven deze grens uitkomen.

Zakelijke auto’s

De ‘youngtimerregeling’ wordt per 1 januari 2027 aangepast. De regeling houdt in dat voor oudere auto’s (youngtimers) een bijtellingspercentage van 35% over de waarde in het economisch verkeer geldt. Voor auto’s die niet onder de youngtimers vallen ligt dit percentage tussen de 22% of 25%. De regeling wordt geleidelijk afgebouwd. In 2026 zijn youngtimers de auto’s vanaf 16 jaar oud, in 2027 wordt dit 17 jaar en vanaf 2028 20 jaar. Als de auto niet meer onder de regeling valt, zorgt dit voor een hogere bijtelling.

Per 1 januari 2027 dient de werkgever ook een eindheffing te betalen voor niet volledig emissieprijs personenauto’s. De heffing bedraagt 12% over de fiscale waarde van de auto en geldt voor auto’s die vanaf 1 januari 2027 voor het eerst aan een werknemer ter beschikking wordt gesteld. Dit bedrag valt niet te verhalen op de werknemer.

Wat betekent dit voor u als werkgever?

Voor u als werkgever brengen de plannen vooral administratieve werkzaamheden met zich mee. De loonadministratie moet mogelijk bijgewerkt worden in het licht van de reiskostenvergoeding, expatregeling en de arbeidskorting. Verder kan alvast voorbereid worden op de afschaffing van nulurencontracten. Werkgevers die auto’s van de zaak verstrekken doen er goed aan te beoordelen wat de mogelijkheden zijn met betrekking tot de nieuwe regelgeving.

 

Helene Pruymboom

Published On: 16 september 2026

Deel dit bericht

Stel direct een vraag