Insights

Overeenkomst van opdracht blijkt arbeidsovereenkomst: wat zijn de gevolgen?

Veel organisaties hebben de afgelopen tijd hun samenwerking met zzp’ers onder de loep genomen en wellicht zelfs beëindigd in verband met de verwachte risico’s. Bij schijnzelfstandigheid kan de Belastingdienst namelijk boetes en/of naheffingen opleggen. Maar wat zijn nu de arbeidsrechtelijke gevolgen van het ten onrechte werken met zzp’ers? En kan een samenwerking met een zzp’er in de loop van tijd van kleur verschieten? Een recente uitspraak van de rechtbank Noord-Holland geeft belangrijke handvatten.

De zaak
Een persoon (‘de werker’) werkte vanaf eind 2022 via een bemiddelingsplatform als zzp’er voor een bedrijf op het terrein van Tata Steel. De werker werkte op basis van een overeenkomst van opdracht en factureerde zelf. Gaandeweg veranderde de situatie: hij verrichtte fulltime werkzaamheden binnen de kernactiviteiten van het bedrijf, liep geen commercieel risico meer en had geen andere opdrachtgevers. Bovendien droeg de werker bedrijfskleding, moest hij tijdig zijn vakanties doorgeven, nam hij deel aan teamoverleggen en volgde hij instructies van leidinggevenden.

In oktober 2024 bood het bedrijf de werker een arbeidsovereenkomst aan, vermoedelijk om het risico op herkwalificatie als werknemer vóór te zijn.  De werker accepteerde het aanbod niet, en bleef zijn werk voortzetten op basis van de overeenkomst van opdracht. Kort daarna, in november 2024, besloot het bedrijf de samenwerking per direct te beëindigen nadat er een conflict over het werken met gevaarlijke stoffen was ontstaan.

Bij de rechter stelde de werker dat sprake was van een arbeidsovereenkomst en dat het ontslag niet rechtsgeldig was. De werker vorderde onder meer loondoorbetaling, pensioen en arbeidsrechtelijke bescherming (zoals ontslagbescherming).

Oordeel van de rechter
De rechtbank oordeelde dat:

  • De samenwerking aanvankelijk terecht als zzp-relatie was gestart.
  • Vanaf oktober 2024 feitelijk sprake was van een arbeidsovereenkomst. De afwijzing van het aanbod om in dienst te treden, deed daar niets aan af.
  • De beëindiging van de samenwerking per direct was niet rechtsgeldig. Er was namelijk inmiddels sprake van een arbeidsovereenkomst en er was geen geldige reden voor een ontslag op staande voet.
  • De werker had recht op loondoorbetaling, vakantiegeld en deelname in de pensioenregeling va het bedrijf.

Belangrijk: welk salaris geldt?
De rechter oordeelde dat de werker recht had op het salaris van een vergelijkbare werknemer binnen de organisatie. Het eerdere (en hogere) zzp-tarief speelde géén rol bij de loonvaststelling. Zzp’ers hanteren in de regel een hoger uurtarief omdat zij geen recht hebben op loondoorbetaling bij ziekte, vakantie en zelf voorzieningen moeten treffen. Daarom was het niet redelijk om het zzp-tarief als uitgangspunt te nemen, aldus de rechter.

Wat betekent dit voor de praktijk:
Deze uitspraak bevestigt een aantal belangrijke aandachtspunten:

  1. De praktijk is bepalend, niet het contract.
    Ook als iemand op papier zzp’er is, kan er toch een arbeidsovereenkomst ontstaan. Zelfs als er in het begin wel sprake was van een echte zzp relatie, maar de samenwerking naderhand pas verandert in een arbeidsovereenkomst.
  2. Afwijzing van een arbeidsovereenkomst beschermt de werkgever niet. Als de arbeidsrelatie van kleur verschiet, kunnen de werkzaamheden niet langer op zzp-basis worden verricht. Zelfs als een zzp’er expliciet een arbeidsovereenkomst weigert, kan de rechter tóch vaststellen dat er juridisch sprake is van een dienstverband.
  3. Bij de herkwalificatie naar een arbeidsovereenkomst, geldt het salaris van een vergelijkbare werknemer in het bedrijf, en niet het ZZP tarief dat eerder gold.

Conclusie
Het is cruciaal om zzp-relaties regelmatig te toetsen, omdat ze ook gaandeweg van kleur kunnen verschieten. Is de samenwerking gaandeweg veranderd, dan loopt u het risico dat er – juridisch gezien – sprake is van een arbeidsovereenkomst. En dan gelden er andere spelregels, zoals bescherming bij ontslag en loondoorbetaling bij ziekte. Sinds dit jaar (2025) loopt u bovendien het risico dat de Belastingdienst bij schijnzelfstandigheid boetes en naheffingen oplegt.

Alain Hardy

Published On: 3 juli 2025

Deel dit bericht

Stel direct een vraag