Insights

Oude wetgeving in nieuwe zakken; de Belastingdienst kondigt aan schijnzelfstandigen aan te pakken

Op 25 mei 2024 verscheen een artikel in het Financieel Dagblad met de volgende titel: ‘Optreden tegen schijnconstructies dreigt bedrijven op kosten te jagen’. In deze bijdrage praten wij u bij over de meest recente ontwikkelingen rondom schijnzelfstandigheid.

De overheid streeft naar een gelijkmatiger speelveld tussen werknemers enerzijds en zelfstandigen anderzijds, vooral als het gaat om hun bescherming. Hiervoor dienen regels te worden aangescherpt en moet de handhaving op schijnzelfstandigheid worden verbeterd. Deze handhavingstaak ligt bij de Belastingdienst. Momenteel heerst er een zogenaamd ‘handhavingsmoratorium’, hetgeen wil zeggen dat er feitelijk niet wordt gehandhaafd. De verwachting is dat hier op korte termijn verandering in komt. Nu rijst de vraag wat schijnzelfstandigheid inhoudt en wat dit betekent voor opdrachtgevers?

Twijfelgevallen

Schijnzelfstandigheid kan ontstaan in de situatie waarin een ‘werker’ formeel als zelfstandige werkt, maar in de praktijk de kenmerken heeft van een werknemer. In 95% van de gevallen is duidelijk wie buiten dienstbetrekking werkt en wie feitelijk in loondienst zou moeten zijn, aldus Evert Verhulp, hoogleraar arbeidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam. Het probleem zit hem in de overige 5%, dit zijn werkers die menen dat er grote voordelen zitten aan het werken als zelfstandige; voor elke euro die wordt verdiend houdt een zelfstandige immers meer over dan iemand met een vergelijkbare functie die in loondienst is. Een zelfstandige hoeft geen loonbelasting en premies af te dragen en geniet tamelijk riante (kosten)aftrekmogelijkheden.

Anderzijds betalen werkgevers veel minder premies en belastingen als zij een zelfstandige tewerkstellen en genieten zelfstandigen minder bescherming bij bijvoorbeeld ontslag of ziekte. Dit maakt dat er door beide partijen een voordeel wordt ervaren, maar in de praktijk kan dit uiteindelijk een schijnvoordeel zijn.

Nederland heeft inmiddels circa 1,26 miljoen zelfstandigen, dat is aanzienlijk meer dan omliggende buurlanden. Het is complex te achterhalen hoeveel schijnzelfstandigen hiertussen zitten, maar ruwe schattingen van de overheid lopen uiteen van 200.000 tot een 500.000. Het al dan niet bestaan van gezag kan worden aangemerkt als het doorslaggevende verschil tussen een overeenkomst met een zelfstandige en een arbeidsovereenkomst.

Een oude wet wordt nieuw leven ingeblazen

Op 1 mei 2016 is De Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (De Wet DBA) aangenomen, met als doel schijnzelfstandigheid tegen te gaan door middel van modelovereenkomsten tussen opdrachtgevers en opdrachtnemers. Deze modelovereenkomsten moesten duidelijkheid verschaffen over de aard van de arbeidsrelatie. De Wet DBA stuitte echter op veel weerstand en onzekerheid in de praktijk, zowel bij opdrachtgevers als bij opdrachtnemers. Dit leidde uiteindelijk tot uitstel van de handhaving door de Belastingdienst, waardoor ook de Wet DBA een ‘lege huls’ werd in de praktijk.

Vanaf 1 januari 2025 zal de Belastingdienst evenwel (weer) uitvoerig gaan handhaven op de inzet van zelfstandigen die werkzaam zijn als schijnzelfstandige, aldus de Belastingdienst. Hiermee zou een einde moeten komen aan een periode van ruim acht jaar waarin partijen grotendeels hun gang konden gaan en waarin boetes en naheffingen uitbleven.

Er is in dit kader bovendien een nieuw wetsvoorstel ingediend, de Wet Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties en Rechtsvermoeden (De Wet VBAR). Dit wetsvoorstel heeft primair als doel om schijnzelfstandigheid te voorkomen. Demissionair minister Karien van Gennip van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft laten weten aan de Eerste Kamer dat invoering van deze wet begin 2025 onrealistisch is. De beoogde ingangsdatum van deze wet (als deze wordt aangenomen), is 1 januari 2026. Eerder informeerden wij u hier al over.

Tot die tijd is het voor een werkgever aan te raden om de arbeidsrelatie met een zelfstandige kritisch te beoordelen. Als een arbeidsrelatie ten onrechte niet kwalificeert als (fictieve) dienstbetrekking, wordt een werkgever momenteel nog niet met een naheffingsaanslag geconfronteerd, maar gelet op de aankomende afschaffing van het handhavingsmoratorium, zal dit niet lang meer zonder gevolgen zijn.

We houden u op de hoogte en denken graag met u mee. Indien u vragen heeft, neem gerust contact met ons op via info@bd-advocaten.nl. We helpen u graag!

Cathelijn Derks

Published On: 2 juli 2024

Deel dit bericht

Stel direct een vraag