Insights

Modernisering concurrentiebeding stap dichterbij: wetsvoorstel naar de Raad van State

Modernisering concurrentiebeding stap dichterbij: wetsvoorstel naar de Raad van State

 Op 26 juni 2026 heeft het kabinet een volgende stap gezet in de modernisering van het concurrentiebeding. Het wetsvoorstel Modernisering concurrentiebeding is aangeboden aan de Afdeling advisering van de Raad van State. Daarmee is een nieuwe fase in het wetgevingstraject aangebroken.

 Dit betekent niet dat de regels rondom het concurrentiebeding onmiddellijk veranderen. De Afdeling advisering van de Raad van State zal eerst advies uitbrengen over het wetsvoorstel. Vervolgens kan het wetsvoorstel, al dan niet gewijzigd, worden ingediend bij de Tweede Kamer. Toch is deze ontwikkeling relevant voor werkgevers. De voorgestelde wijzigingen kunnen, indien zij worden ingevoerd, grote gevolgen hebben voor de toepassing van concurrentiebedingen.

Achtergrond van het wetsvoorstel

 Het kabinet constateert dat concurrentiebedingen in de praktijk steeds vaker als standaardbepaling worden opgenomen, ook wanneer daarvoor geen duidelijke noodzaak bestaat. Dat beperkt werknemers in hun vrije arbeidskeuze en belemmert de arbeidsmobiliteit. Tegelijkertijd moet het voor werkgevers mogelijk blijven hun bedrijfsbelangen, zoals bedrijfsgevoelige informatie, knowhow en klantrelaties, effectief te beschermen.

Met het wetsvoorstel beoogt het kabinet een betere balans tussen de belangen van werkgevers en werknemers te bereiken en wil het het gebruik van concurrentiebedingen beperken tot situaties waarin deze daadwerkelijk noodzakelijk zijn.

Wat houdt het wetsvoorstel in?

 De belangrijkste voorgestelde wijzigingen zijn:

  • Maximale duur van twaalf maanden

Een concurrentiebeding kan volgens het wetsvoorstel nog maximaal twaalf maanden na het einde van de arbeidsovereenkomst gelden.

  • Geografische afbakening

Ook de geografische reikwijdte van het concurrentiebeding moet expliciet in het beding worden opgenomen en worden gemotiveerd.

  • Schriftelijk en tijdig beroep op het concurrentiebeding

Een werkgever kan zich niet automatisch op een overeengekomen concurrentiebeding beroepen. Het wetsvoorstel bepaalt dat de werkgever de werknemer tijdig en schriftelijk moet informeren dat, en gedurende welke periode, het concurrentiebeding daadwerkelijk wordt ingeroepen.

  • Verplichte vergoeding

Doet een werkgever daadwerkelijk een beroep op het concurrentiebeding, dan is een vergoeding verschuldigd aan de werknemer van 50% van het laatstverdiende maandloon gedurende de looptijd van het beding. Wordt deze vergoeding niet tijdig betaald, dan verliest het concurrentiebeding zijn werking.

Wat betekent dit voor de praktijk?

Vooralsnog verandert er niets. Het wetsvoorstel bevindt zich nog in een vroeg stadium van het wetgevingstraject en kan naar aanleiding van het advies van de Raad van State nog worden aangepast. Ook is nog niet bekend wanneer en in welke vorm de voorgestelde wijzigingen in werking zullen treden.

Het is daarom nog niet nodig om bestaande arbeidsovereenkomsten of modelcontracten aan te passen. Wel is dit een goed moment om kritisch te kijken naar het gebruik van concurrentiebedingen binnen de organisatie. Worden deze alleen opgenomen wanneer dat daadwerkelijk noodzakelijk is, of zijn zij inmiddels een standaardbepaling geworden?

Wij volgen de verdere behandeling van het wetsvoorstel op de voet en houden u uiteraard op de hoogte van relevante ontwikkelingen.

 

Jet van Geen

Published On: 30 juni 2026

Deel dit bericht

Stel direct een vraag