Insights

Het oordeel van de bedrijfsarts bij ontslag op staande voet

Een zieke werknemer kan in Nederland op veel bescherming rekenen. Het loon wordt tijdens de eerste 104 weken van ziekte doorbetaald. De werkgever is daarnaast gebonden aan re-integratieverplichtingen en mag de arbeidsovereenkomst tijdens ziekte niet opzeggen. Dit opzegverbod is niet van toepassing wanneer wordt opgezegd vanwege een dringende reden. Bijvoorbeeld wanneer de werknemer heeft gelogen over de mate van arbeidsongeschiktheid of buiten medeweten van de werkgever ergens anders werkt. Het oordeel van de bedrijfsarts is hierbij meestal van cruciaal belang. In deze bijdrage bespreken wij een aantal voorbeelden uit de rechtspraak.

Misleiden van de bedrijfsarts
In een recente zaak bij de Rechtbank Den Haag had de zieke werknemer het zo bont gemaakt, dat een oordeel van de bedrijfsarts niet vereist was en de werknemer op staande voet kon worden ontslagen. Het volgende speelde er. De werknemer werkt bij een tankstation en is vanwege heupklachten ziek uitgevallen voor zijn werk. Wanneer het tweede spoor traject is opgestart, rapporteert de bedrijfsarts: “De belastbaarheid van de werknemer is verslechterd. Er zijn forse beperkingen in staan en lopen, de werknemer is krukafhankelijk.” De bedrijfsarts adviseert om spoor 2 voort te zetten in de vorm van zittend werk. Een paar dagen later ziet de werkgever de werknemer in een restaurant werken. Daar loopt deze werknemer voortdurend heen en weer en zijn de “benodigde” krukken nergens te zien. Naar aanleiding van deze observatie besluit de werkgever een onderzoeksbureau in te schakelen om te onderzoeken of de werknemer structureel dit soort werkzaamheden verricht. Uit het onderzoek volgt dat de werknemer zich dagelijks zonder krukken voortbeweegt en inderdaad werkzaamheden bij een andere werkgever verricht.

De werkgever besluit de werknemer op staande voet te ontslaan omdat (i) de werknemer heeft gelogen over de mate van zijn arbeidsongeschiktheid en (ii) de werknemer tijdens arbeidsongeschiktheid voor een andere werkgever heeft gewerkt. De rechter oordeelt dat het ontslag op staande voet geldig is gegeven en dat het opzegverbod tijdens ziekte in dit geval niet geldt. Dat de werknemer heeft aangegeven forse beperkingen te ervaren in staan en lopen en daarbij afhankelijk is van krukken, terwijl dat niet zo is, wordt hem zwaar aangerekend. Tussen ‘niets kunnen’ en ‘regelmatig zonder krukken lopen’ zit een groot verschil, aldus de rechtbank. In deze zaak is dat verschil zelfs zo groot dat de werkgever de bevindingen van het onderzoeksbureau niet eerst aan de bedrijfsarts hoefde voor te leggen. De bedrijfsarts is naar het oordeel van de rechter namelijk misleid door de werknemer. Het misleiden van de bedrijfsarts en de werkgever vormt een grove schending van de verplichtingen van de werknemer en kwalificeert daarom op zichzelf als een dringende reden.

Blijven werken als zelfstandige
In een andere zaak oordeelde het Gerechtshof Den Bosch over een soortgelijke kwestie. In deze zaak werkte de werknemer drie dagen per week voor zijn werkgever en twee dagen per week als zelfstandige. Wanneer hij arbeidsongeschikt raakt, kan hij volgens de bedrijfsarts zijn werk niet hervatten. Een paar maanden later ziet zijn leidinggevende een bericht op LinkedIn over een project dat de werknemer zou hebben opgeleverd. Naar aanleiding van dit bericht heeft de werkgever een onderzoeksbureau ingeschakeld. Op basis van het rapport van het onderzoeksbureau heeft de werkgever de werknemer op staande voet ontslagen omdat hij nevenwerkzaamheden heeft verricht terwijl hij arbeidsongeschikt was.

De rechter oordeelt dat het ontslag op staande voet niet geldig was. Volgens de rechter is het niet aan de werkgever om te oordelen wat een werknemer wel of niet kan gelet op zijn arbeidsongeschiktheid. Hierover had de werkgever eerst het oordeel van de bedrijfsarts moeten vragen voordat tot een ontslag op staande voet kon worden overgegaan.

Meerdere arbeidsverhoudingen
Tegelijkertijd zijn er onder omstandigheden grenzen aan hetgeen een werknemer tijdens ziekte aan nevenactiviteiten kan verrichten. Zoals bijvoorbeeld een werknemer die er tijdens ziekte maar liefst drie dienstverbanden op nahield. Deze werknemer trad, zonder dit te melden, tijdens ziekte in dienst bij twee andere werkgevers. Wanneer werkgever 1 en 2 erachter komen dat deze werknemer tijdens ziekte nog twee andere dienstverbanden had, wordt de werknemer door beide werkgevers op staande voet ontslagen. De werknemer moest aan beide werkgevers een schadevergoeding betalen ter hoogte van het onterecht betaalde loon.

Voor de werkgever
De zieke werknemer wordt verregaand beschermd. In geval van ziekte geldt in beginsel dat u als werkgever niet gaat over de vraag of sprake is van ongeschiktheid voor het werk. Het is daarom verstandig om eerst de bedrijfsarts om een oordeel te vragen alvorens u handelt. Bovendien mag, in het geval van een zieke werknemer die wordt vermoed elders te werken tijdens ziekte, een onderzoeksbureau niet zonder een gegronde reden worden ingeschakeld. In het geval van de tankstation-medewerker is de bedrijfsarts niet om een oordeel gevraagd, maar in dit specifieke geval was het overduidelijk dat de werknemer zijn werkgever en de bedrijfsarts misleid had.

Mocht u aanlopen tegen een soortgelijke situatie, aarzel dan niet om contact met ons op te nemen!

 

Helene Pruymboom

Published On: 29 november 2023

Deel dit bericht

Stel direct een vraag